,

Hoera voor de ‘ja, maar-ruiter’!

Als je aan een instructeur vraagt wat volgens hem een ergernis is tijdens het lesgeven, dan wordt er vaak gezegd: ‘ruiters die telkens ja, maar…zeggen ’. Die ‘ja, maar…’-reactie wordt beschouwd als dat een ruiter eigenwijs is of niet zelfkritisch is. Maar is dat wel zo? Ik betwijfel of het te maken heeft met de woorden ‘ja, maar’ en ik wil zelfs voorstellen om vaker te gaan ‘ja, maar-en.’ Althans… misschien in een iets andere vorm.

Er zijn nog altijd instructeurs die het idee hebben dat zij gelijk hebben en niet tegengesproken mogen worden. Want ja, wie denkt een ruiter wel niet dat hij is om mij tegen te spreken? Ik heb al jarenlang ervaring!

Instructeurs met die instelling gaan volgens mij volledig voorbij aan het doel van het lesgeven. Een instructeur wordt ingehuurd om je iets te leren, om je als combinatie verder te helpen. Dat lukt alleen als je ook écht begrijpt wat je instructeur van je verlangt én er het vertrouwen in hebt dat de aanwijzingen die je krijgt, jou en je paard kunnen helpen. Niemand is er bij gebaat dat als je iets niet begrijpt of geen vertrouwen hebt, dat je dan je mond houdt.

jamaar2
Foto: CavalReal

Het idee dat de instructeur alles weet en altijd gelijk heeft, mag wat mij betreft zo snel mogelijk overboord gegooid worden. Het zijn vaak de beste instructeurs die open staan voor discussie en vragen. Zij hebben het zelfvertrouwen en de kunde om zo’n gesprek aan te gaan en zijn er op gebrand om hun hele leven lang te blijven leren. Zij weten dat het gevoel soms anders kan zijn dan wat het plaatje laat zien. En dat ze niet precies weten wat er in het hoofd van de ruiter afspeelt.

Bang om fouten te maken
Bovendien hoeft een ‘ja, maar’ reactie niet direct te betekenen dat je het niet eens bent met je instructeur. Het kan best zo zijn dat je begrijpt wat je instructeur bedoelt en dat ook graag wilt doen, maar je er geen vertrouwen in hebt dat je het goed zal uitvoeren of dat je bang bent om fouten te maken.

Soms is het goed om te vragen of een bepaalde oefening ook op een andere manier benaderd kan worden. Wie weet is datgene wat je moet doen echt nog te hoog gegrepen en word je daardoor te gespannen. In zo’n geval is het goed om te vragen of je de oefening ook kunt opknippen in verschillende delen en kunt vereenvoudigen.

Gevoelens als angst en onzekerheid kunnen in ieder geval het goed opvolgen van een aanwijzing in de weg staan. Een instructeur die dat negeert en zich alleen richt op het technische aspect van het paardrijden, laat een groot deel liggen in de ontwikkeling van een ruiter. De mindset is minstens zo belangrijk!

jamaar3
Foto: CavalReal

Ja, maar = nee
‘Ja, maar’ hoeft dus niet te betekenen dat je het niet met je instructeur eens bent, maar zo komt het vaak wel over. Het probleem bij de reactie ‘ja, maar’ is dat het vaak wordt ontvangen als ‘nee’ en dat kan tot weerstand leiden. Het is al een hele andere situatie als je ‘ja, maar’ ombuigt naar ‘ja, en.’ Pas alleen wel op, want het gaat ook om de manier waarop je het uitspreekt. ‘Ja, en’ kan op een bepaalde toon net zo overkomen als ‘ja, maar.’

Dit wordt duidelijker gemaakt door een onderzoek van professor Albert Mehrabian (1939). Hij toonde aan dat de manier waarop we communiceren maar voor slechts zeven procent bepaald wordt door de woorden die we gebruiken. Daarentegen wordt 55 procent bepaald door onze lichaamstaal en 38 procent door stemgebruik. Kan het dan misschien zo zijn dat de weerstand bij instructeurs in het geval van ‘ja, maar’ niet zozeer komt door die woorden, maar meer door de hele indruk die een ruiter geeft?

Durf in gesprek te gaan
Of je nu ‘ja, maar’ gebruikt of ‘ja, en,’ het gaat er meer om dat je in gesprek gaat omdat je elkaar beter wilt begrijpen. Het stellen van vragen en het precies willen weten hoe iets zit, is een kenmerk van een leergerichte ruiter. Dat is dus heel positief!

Laat je daarom niet te veel afschrikken door het taboe wat er heerst op de woorden ‘ja, maar.’ Als jij een discussie aangaat met respect voor je instructeur, goed luistert en écht jezelf wilt verbeteren, dan zal je instructeur dat ook opmerken aan jouw lichaamsuitdrukking en stemgebruik.

En ook al mocht jouw ‘ge-ja-maar’ toch leiden tot irritaties bij je instructeur, alles is beter dan je mond houden en niet begrijpen wat je aan het doen bent.

Ga jij het gesprek aan met je instructeur en vraag je door? Ga je ook weleens in discussie of is dat not done?

5 antwoorden
  1. Nieske
    Nieske zegt:

    Ik trigger zelfs mijn leerlingen om vragen te stellen en de discussie aan te gaan. Ik heb niets aan mensen die alles doen wat ik zeg, maar niet weten waar ze mee bezig zijn. Ik vraag ook vaak naar het gevoel dat de ruiter heeft bij het beeld dat ik zie. Zelf wordt ik in een discussie uitgedaagd als instructrice om hetzelfde bij wijze van spreken op 1000 en 1 manieren uit te leggen net zo lang totdat ik iets gevonden heb waarvan ik zie en merk dat die vertaling in het plaatje van mijn leerling past. Waardoor het kwartje valt en je beter aan de gestelde doelen kunt werken. Ik vind het ook geen schande om samen naar een oplossing te zoeken voor een bepaald probleem. Wanneer de leerling iets in zijn hoofd heeft, laat maar proberen. Uiteindelijk krijg ik dan des te meer draagvlak voor mijn oplossing als de zijne niet werkt en werkt de zijne wel? Dan heb ik toch wat geleerd en haak ik daar direct weer op in. Geen probleem hoor! Uiteindelijk kent de ruiter het paard door en door en leer je meer van fouten maken dan van fouten voorkomen.

    Beantwoorden
  2. Ton Cloosterman
    Ton Cloosterman zegt:

    Ik gééf instructie, maar ik néém ook nog steeds instructie. Bij het instructie némen, zeg ik NOOIT “ja maar”. Dat klinkt als een tegenspraak en dus negatief. Daarom zeg ik: “ik heb een vraag”, of “ik begrijp iets niet”. Dat is nooit negatief en je gaat niet tegen je instructeur in. Een andere benadering waarbij je tóch antwoord krijgt op wat je weten wil. Daarbij zal een goede instructeur je altijd, graag vertellen, laten zien of laten voelen, wat hij/zij bedoeld. Als een instructeur onverhoopt iets niet weet, “dat kan immers”, geef de instructeur dan de kans om jouw vraag op een later tijdstip in te vullen. Hij / zij kan bij collega’s of artsen, therapeuten et cetera anderszins de vraag proberen in te vullen. (je weet immers nooit wat er gevraagd word. Het kan te maken hebben met een beperking die het paard heeft). Zo wordt je BEIDEN wijzer. Immers, je leert nergens zoveel als vóór de klas. (Oude uitspraak in een onderwijs spotje.)

    Beantwoorden
  3. Laura
    Laura zegt:

    Wow, weer een goed artikel! Ik geef les en vraag wel honderd keer of ze het snappen….blijf zelf ook leren en vind dat fouten leermomenten zijn…..ik vind het fijn als een leerling durft te vragen waarom en hoe…

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *