Q&A: Mijn paard slaat dicht op wedstrijd. Wat nu?

Kaylee Bakkenes:
“Ik rijd nu een jaar op mijn 12-jarige merrie Vivera (v. Obelisk x Apple King). Wij zijn binnen een jaar tijd van het B-dressuur naar het M2 gereden. Echter heb ik tot op heden nog steeds niet één superfijne proef gereden. Ik lees veel problemen over paarden die erg ‘heet’ of ‘rillerig’ worden op wedstrijd, maar mijn merrie doet het tegenovergestelde en slaat dicht. Op wedstrijd stap ik altijd eerst heel goed in, zoals ik thuis ook doe. Zodra ik begin met rijden merk ik al meteen dat ze tegen mijn been is. Vervolgens ga ik veel overgangen maken en laat ik haar ‘naar voren’ denken. Tot halverwege mijn eerste proef gaat dit goed, houden we het allebei uit en gaat het soepel.Maar zodra ik merk dat ze moe wordt, begin ik zelf in het begin van mijn 2e proef ook op te raken omdat ik alleen maar bezig ben met het voorwaarts maken van mijn paard. Verder is ze heel braaf en kijkt ze bijna nergens naar. Ik ben zelf ook niet zenuwachtig op wedstrijd, omdat ik het altijd gewoon over me heen laat komen. Ik zie wel wat de dag brengt, verwacht niets en ik ben eerder te ontspannen dan gespannen.Wat ik me toch afvraag: is dit een soort spanning vanuit mijn paard of komt het toch door mij?”

maleneMalene Nootenboom antwoordt:

“Het probleem dat Kaylee omschrijft zal voor veel ruiters erg herkenbaar zijn. Het is inderdaad zo dat er veel wordt geschreven over paarden die op wedstrijd spanning opbouwen en dat dat zich uit in dat ze te sensibel en vlug worden. Je hebt echter ook een categorie paarden waarbij de spanning ervoor zorgt dat ze zich gaan afsluiten voor de omgeving. Het lijkt er op alsof ze dan in hun eigen zeepbel zitten en dat de hulpen van de ruiter en de prikkels van buitenaf, niet meer doordringen.

Natuurlijk is het vanaf papier moeilijk om aan te geven wat de oorzaak is in jouw geval en hoe je dit moet oplossen. Dan zou ik het in real life moeten zien, maar ik zal proberen om een zo goed mogelijk antwoord te geven. Zoals je het omschrijft, lijkt het er inderdaad op dat jouw paard tot de tweede categorie behoort. Je kunt je vervolgens afvragen waar die spanning vandaan komt. Komt dit uit het paard zelf of komt dit door de ruiter die gespannen is? En nog belangrijker, hoe lossen we het op?

Het aangeleerde gedrag doorbreken
Allereerst is het heel belangrijk dat je in zekere mate op de hoogte bent van de manier waarop een paard leert en reageert. Voor deze casus ga ik ervan uit dat het paard eigenlijk (onbewust) geleerd heeft om achter de hulpen te kruipen wanneer je op wedstrijd bent. Of dat nu uit spanning bij het paard weg komt of bij de ruiter is voor dit verhaal niet echt belangrijk.

Je wilt het aangeleerde gedrag doorbreken en je bent daar al mee bezig door het rijden van tempowisselingen tijdens het losrijden. Tijdens het losrijden weet je dus op enige manier het tegen de hulpen zijn te doorbreken, maar halverwege de proef kun je dat niet meer volhouden. De focus op het meer voorwaarts rijden van je paard tijdens de proef brengt een grote valkuil met zich mee. Zeker wanneer je keihard moet werken om je paard aan de gang te houden.

wedstrijd

De valkuil is namelijk dat je vaak onbewust verschillende hulpen geeft. Ten eerste zal je meer been geven (voorwaartse hulp), je gaat moeizamer ademhalen omdat je hard moet werken (terugwerkende hulp) en mogelijk knijp je je knieën meer in het zadel omdat je zo veel beenhulp moet geven en je je balans wilt bewaren (terugwerkende hulp). Als je ook nog bang bent dat je paard niet voldoende voorwaarts zal blijven terwijl je haar door de oefeningen en lijnen stuurt, bestaat de kans dat je ook nog wat verkrampt in je lichaam (terugwerkende hulp).

Op deze manier kan het zijn dat je hard je best doet om je paard meer voorwaarts te krijgen, maar door de verschillende, tegenstrijdige hulpen je paard juist meer tegen het been komt. Negen van de tien keer krijgt een paard namelijk zoveel verschillende hulpen dat het niet meer kan reageren. Een paard functioneert nu eenmaal het beste op één hulp tegelijk. En ondanks dat we dat wel weten en ook één hulp tegelijk willen geven, geven we vaak onbewust meerdere, vaak tegenstrijdige, hulpen tegelijk.

Het is belangrijk dat je bij jezelf nagaat of dit ook bij jou gebeurt. Vervolgens moeten we kijken hoe we het aangeleerde gedrag kunnen doorbreken. Waar ik zelf veel mee werk is het rijden met doelen en het rijden op een ritme. Ik zal beide nader uitleggen.

uitgestrekte-draf

Rijden met doelen en het houden van ritme
Op het moment dat je jezelf een doel kunt stellen voor je proef ga je op een heel andere manier rijden. Een doel kan bijvoorbeeld zijn om vloeiende lijnen te rijden en om een actief ritme aan te houden. In de week of weken voor je proef besteed je hier al aandacht aan tijdens je training. Je werkt je lijnen net wat meer secuur af en je leert jezelf om een goede focus te houden op die lijnen.

Dan zoek je in je training (hoeft niet direct dezelfde rit) een ritme op waarbij je paard met voldoende schwung en afdruk blijft lopen. In dit ritme ga je spelen met het tempo door te verruimen en te verzamelen. Door deze tempowisseling zorg je dat er aanspanning blijft van achteren naar voren. Let er dan vooral op dat die verruiming of verzameling ook dat actieve ritme blijft houden. Soms (of eigenlijk meestal) worden paarden in het weg of terugrijden groter of trager in de beweging.

Als je thuis dat stukje lijnen rijden en je tempo goed onder de knie hebt, kun je je proef gaan visualiseren. Neem een rustig moment en ga met je proevenboekje even zitten. Lees dit onderdeel voor onderdeel en bedenkt voor jezelf hoe dit onderdeel aan moet voelen in de meest ideale omstandigheden, dus met een voorwaarts, meewerkend paard. Houd daarbij heel goed je ritme in de gaten wanneer je een soort filmpje maakt van jouw te rijden proef.

Wanneer je op wedstrijd bent ga je met je warming-up direct aan de slag met je doel: vloeiende lijnen rijden en je actieve ritme aannemen. In jouw hoofd zul je een en ander moeten resetten zodat je in de actie kunt blijven rijden. Doordat je de lijnen van je proef weet, omdat je in de periode voor de wedstrijd de proef een aantal maal al in je hoofd gereden hebt, hoef je jezelf tijdens de proef alleen maar bezig te houden met jouw doel: vloeiende lijnen en jouw ritme vasthouden.

tdc2
‘Brett Kidding’ had ook wat moeite met het vasthouden van het ritme en de impuls…

Ga maar eens na…. Wanneer jij heel geconcentreerd aan de slag gaat met een ritme zal elke storing (terugvallen, over de schouder weglopen, aanleuning) door het doortastende rijden blijven bij een hele kleine storing. In je hoofd ben je in een ritme en je bent gedreven om in dat ritme te rijden. Je weet dat je in het ritme kunt rijden en door deze focus en door te blijven rijden in de actie (focus op je lijnen) zul je steeds meer merken dat het gedrag zal veranderen en je paard meer voorwaarts gericht raakt.

Voor mijzelf heeft deze manier van rijden met een van mijn paarden ruim 20 punten verschil in de proeven opgeleverd. Toch is het belangrijke dat mijn paard zijn terugdenkende houding steeds meer heeft aangepast naar een voorwaartse en meewerkende houding, waarbij hij meer plezier lijkt te hebben en als een happy atlete door de ring gaat.

Natuurlijk is dit niet in één keer opgelost en zal je er heel hard mee moeten gaan oefenen, maar ik weet zeker dat als je geleerd hebt om te rijden vanuit de actie, dat je paard veel fijner voor je uit blijft lopen!

Succes!

Herken je het probleem van Kaylee en hoe ga jij daar mee om? Kun je wat met de uitleg en tips van Malene?

Als je aanhoudend spanningsproblemen hebt bij je paard, bekijk dan de online training die Paard&Lifestyle samen met Tristan Tucker heeft ontwikkeld.

1 antwoord
  1. Gabi
    Gabi zegt:

    Voor mij een heel herkenbare situatie. Mijn vorige paard had hier ook een handje van en mijn valkuil was inderdaad dat ik heel hard ging werken om haar maar voorwaarts te houden. De tegenstrijdige hulpen die je dan geeft, zoals Malene zegt, zijn voor mij dan ook heel herkenbaar.
    Ik heb het als volgt opgelost:
    Zodra mijn paard in de proef voor mijn gevoel trager werd, geen extra drijvende hulpen geven en tussen mij oren de knop om zetten en te denken: dan maar een trage proef en als-ie stil valt, dan is dat maar zo. Dan maar verlies. Om verlies te voorkomen kan je ook net voor het einde afgroeten en vrijwillig de baan verlaten.
    Bij mij was de eerste en meest belangrijke stap dus om niet in de valkuil te trappen en steeds meer te drijven en zelf harder te werken. Pas toen ik dat los kon laten, kon ik mijn paard ook in de proeven op een normale en juiste manier “aan de praat” houden. Ik had hier ongeveer 3 wedstrijden voor nodig maar toen was het probleem wel opgelost.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *