Het voermanagement van Helen Langehanenberg onder de loep

Vorig jaar is Helen Langehanenberg een samenwerking aangegaan met Pavo, waarbij Pavo het hele voedingsmanagement onder de loep heeft genomen. Wat voor voer krijgen de paarden van Helen, hoe hebben ze het voer aangepast en waarom? Helen vertelt hoe dit proces in zijn werk is gegaan.

Door Helen Langehanenberg in samenwerking met Pavo

Op mijn vorige stal kregen de paarden naast hooi uitsluitend haver met toegevoegde mineralen. Toen we met de paarden verhuisden naar nieuwe stallen, popte het voedingsvraagstuk weer op. Niet omdat de prestaties van mijn paarden tegenvielen, maar omdat ik altijd op zoek ben naar verbeteringen.

De paarden hebben onbeperkt de beschikking over vers hooi en krijgen voldoende beweging. Ook de topsportpaarden lopen hier gewoon in de wei. Ondanks dat begon ik toch weer na te denken over hoe ik de huidige voeding nog kon verbeteren.

Dan ga je jezelf afvragen: welk voer geeft een paard net dat beetje extra? Op welke wijze kan ik de voeding verbeteren, zodat zowel een zeer werkwillig paard als een wat minder werkwillig paard door het voer verbeteren en juist wat meer ontspant of werkwilliger wordt. En waarom ontwikkelen zich sommige paarden wat langzamer in de spieropbouw?

Meten is weten
Dat was het moment dat we in contact kwamen met Pavo. Het voorstel was om voor een aantal paarden het rantsoen opnieuw samen te stellen. Over een periode van drie maanden zouden we dan kijken hoe de paarden erop zouden reageren. Niets werd aan het toeval overgelaten. Kennis krijgt men alleen door exacte gewichts- en voedingsgegevens, evenals de prestaties van het paard. Meten is weten was het motto, dus daar gingen we mee aan de slag.

Productmanager Rob Krabbenborg van Pavo kwam langs op stal en had bij zijn eerste bezoek gelijk een paardenweegschaal in zijn aanhanger meegenomen. Rob noteerde het gewicht van de paarden en er werd bij de deelnemende paarden bloed afgenomen en dat werd vervolgens geanalyseerd.

helen1
De aanhanger van Pavo met daarin de paardenweegschaal

Van al het aanwezige hooi werden zo’n tien monsters verzameld en voor een analyse naar BLGG AgroXpertus in Wageningen gebracht.

7 kenmerken
De stalmedewerkers en ikzelf kregen een lijst met zeven belangrijke kenmerken van de paarden, die allen te maken hadden met hun energie en voorkomen. Zo moesten we invullen of:
1. De paarden het voer goed opnemen;
2. Hoe ze eruit zien;
3. Hoe energiek ze zijn in de training;
4. Hun conditie tijdens de training op peil blijft;
5. Er sprake is van spanning en explosief gedrag;
6. De paarden erg schrikkerig zijn; en of
7. De paarden moe of lui aanvoelen tijdens de training.

We hadden zelf aangegeven deze zeven punten belangrijk te vinden. De paarden kregen op dat moment per dag zeven tot tien kilo hooi van een landgoed uit de buurt, een passend portie haver en mineralen. Dit basisrantsoen werd indien nodig per paard aangevuld met een voedingssupplement.

Het hooi leek zo mooi..
Uit de analyses bleek dat het probleem vooral in de kwaliteit van het hooi zat. Dit had ik nooit verwacht. Het rook immers lekker, zag er mooi langstengelig uit en het smaakte de paarden goed. Toch verschilde de kwaliteit van het hooi, ofwel de voedingsstoffen, per snede.

Wij verkrijgen ons hooi uit de regio, maar de kwaliteit van het hooi bleek niet zo stabiel. Er zat een kwaliteitsverschil tussen de verschillende leveringen en dan kan de voedingswaarde van je hooi ook het ene jaar nog verschillen van het andere. Dit hebben wij waarschijnlijk onderschat.

Rob vertelde ons dat we hierin zeker niet de enige zijn en dat het heel vaak voorkomt. Uit de helft van de ruwvoeranalyses blijkt dat de kwaliteit van het hooi niet toereikend is en bij een kwart van de gevallen de kwaliteit zelfs onvoldoende is om sportpaarden op normaal gewicht te houden.

ruwvoer

Volgens Rob is bij hooi van mindere kwaliteit de eiwitgehaltes te laag. Dit wordt uitgedrukt in VREp (verteerbaar ruw eiwitgehalte). Bij een VREp beneden de 60 gram blijft een paard te dun.

Het hooi dat ik mijn paarden gaf, bevatte wel voldoende droge stof. Echter was het VREp-gehalte 30% te laag en ook de EWpa (energiewaarde paard) was 20% lager dan idealiter het geval dient te zijn.

De resultaten van de te lage VREp en EWpa, zag je volgens Rob ook terug in de resultaten van bloedmonsters. Het gehalte aan enzymen in het bloed zegt iets over de spieropbouw van een paard. Deze LDH-waarde bleek bij een aantal paarden te hoog te zijn.

Op basis van deze bevindingen werd bij alle paarden die meededen de voedingsbehoefte opnieuw en individueel afgestemd. Dit betekende ook dat de haver uit het rantsoen werd geschrapt. Mijn paarden bleken meer behoefte aan eiwitten te hebben, terwijl haver enkel energie toevoegt.

Besloten werd alle paarden naast een goede kwaliteit hooi ook een individueel afgestemde hoeveelheid muesli te geven. Er werd gekozen voor de op dat moment juist ontwikkelde sportmuseli Pavo Topsport, wat speciaal is ontwikkeld voor sportpaarden die goede eiwitten nodig hebben.

Verbeteringen
In de drie maanden dat een deel van de stal op een nieuw rantsoen stond, zagen we al snel duidelijke verbeteringen. Vooral als het gaat om de spieropbouw. Ik was daar heel blij mee, want wij hadden enkele moeilijkheden bij het krijgen van een mooi rond postuur bij twee grote zesjarige concourspaarden.

Allebei waren ze te mager, ondanks dat ze erg graag en goed aten. Daar kon het dus niet aan liggen. Ik kreeg er gewoon geen vlees aan, waardoor ze er beiden jaren jonger uitzagen dan ze eigenlijk waren. Als ik met hen op concours ging, voelde ik me er best ongemakkelijk bij, omdat onze paarden er normaal wat ronder en voller uitzien. Met name voor deze twee jonge dressuurpaarden is de verandering van rantsoen een enorme uitkomst gebleken.

De verbeteringen waren ook terug te zien in de cijfers. Drie maanden nadat Rob het gewicht en het bloed had laten checken en de medewerkers van stal een vragenlijst in had laten vullen, keerde hij weer terug naar onze stal en ging hij alles opnieuw doormeten. Met name de spierschade bleek bij de meeste paarden teruggedrongen te zijn.

helen2
Dr. Sandhowe-Grote neemt bloedmonsters af bij de paarden

Op basis van de ingevulde vragenlijst konden we concluderen dat de paarden energieker waren in het rijden en dat hun conditie was verbeterd. Verder waren de paarden minder schrikkerig, maar ook minder lui tijdens het rijden.

Het nieuwe voermanagement
Inmiddels hebben we de voeding van alle paarden op stal één voor één aangepast. Allemaal krijgen ze naast hun hooi, een muesli van Pavo. Bij elk paard is de voedingsbehoefte individueel afgestemd. De paarden die snel de neiging hebben in gewicht terug te vallen krijgen Pavo TopSport, anderen die wel goed op gewicht blijven krijgen Pavo SportsFit.

Eigenlijk ging die hele aanpassing van het rantsoen heel ongecompliceerd en werkte het heel vlot. Wanneer er een nieuw paard op stal komt, bel ik met de voedingsadviseur van Pavo om te overleggen over het dieet van de nieuweling. Paardenvoeding heeft voor mij een ander begrip gekregen. Het voelt nu echt als ‘teamwork’. De communicatie verloopt goed en ik ben blij dat ik de kans heb gekregen het voer drie maanden op proef te nemen.

Ik laat nog regelmatig een hooianalyse doen in Nederland om de voedingswaarde ervan te checken. Ik heb geleerd dat de voedingswaarde niet altijd is wat het lijkt en de kwaliteit kan verschillen. Uiteindelijk wil je in alles het beste voor je paarden en daar is goed afgestemd voermanagement een onderdeel van.

Helen Langehanenberg is hoofdtrainer op de Paard&Lifestyle Masterclass op 17 september! Voor meer informatie, klik hier.

2 antwoorden
  1. Laura van Vuurde
    Laura van Vuurde zegt:

    Hallo,
    Ik heb een vraag over dit stukje tekst uit bovenstaand artikel: “Volgens Rob is bij hooi van mindere kwaliteit de eiwitgehaltes te laag. Dit wordt uitgedrukt in VREp (verteerbaar ruw eiwitgehalte). Bij een VREp beneden de 60 gram blijft een paard te dun. Het hooi dat ik mijn paarden gaf, bevatte wel voldoende droge stof. Echter was het VREp-gehalte 30% te laag en ook de EWpa (energiewaarde paard) was 20% lager dan idealiter het geval dient te zijn.”
    Veel (recreatie)paarden kampen juist met het feit dat ze van alleen gras zien al dik worden. Wil je deze paarden wel de hele dag van ruwvoer (hooi) kunnen laten eten, is het dan juist wél goed om hooi met een laag VREp en EWpa gehalte te voeren? Of komen ze dan ook structureel dingen te kort? Zo ja, aan welke supplementen moet je dan denken?

    Beantwoorden
    • Rob Krabbenborg
      Rob Krabbenborg zegt:

      Hallo Laura, dank je voor je vraag!! Misschien even goed om uit te leggen dat de behoefte aan energie en eiwit bij paarden sterk afhangt van wat de paarden moeten doen. Het maakt een enorm verschil of je het over een warmbloed sport paard hebt die 6 keer per week flink getraind wordt op GrandPrix niveau of dat we het hebben over een Welsh pony die als gezelschaps-pony wordt gehouden. Paarden die intensief moeten werken, jonge paarden en lacterende merrie’s zijn 3 groepen paarden waar de energiebehoefte en de eiwitbehoefte hoog zijn. Bij paarden die recreatief worden gereden is de energie- en eiwitbehoefte veel lager. Voor deze groep is dus hooi met een lagere energiewaarde en een lagere eiwitwaarde geen probleem. En dit zijn meestal ook de paarden die veel meer binnenkrijgen (met name op grasrantsoenen) dan ze verbruiken. Conclusie: bij ruwvoer-beoordeling moet je goed weten voor welke (groep) paarden je het hooi beoordeelt. Hopelijk duidelijk? Anders kun je altijd even contact opnemen (via rob.krabbenborg@pavo.net). .

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *