,

Kan een bit HET verschil maken bij een aanleuningsprobleem?

Bitten zijn er in vele soorten en maten. Het ene bit belooft een stillere aanleuning, het andere bit moedigt je paard aan tot kauwen en ook heb je weer bitten voor paarden die graag het bit vastpakken. De keuze is reuze en voor elk aanleuningsprobleem is wel een bit te vinden.

Veel ruiters rennen dan ook graag naar de ruitersportwinkel om een ander bit te halen als ze aanleuningsproblemen hebben. Doet een paard de tong over het bit, tonglepeltje erin en het probleem is verholpen. Paard doet de mond open? Hup een dikker of dunner bit en goed aansnoeren. Tadaa, het probleem is opgelost!

Maar welk bit lost het probleem nu echt op en welk bit maskeert het eigenlijke probleem of nog erger welke bitten veroorzaken problemen?

Natuurlijk weten we met zijn allen dat hoe harder de ruiterhand is, des te scherper er ingewerkt wordt in de mond, ongeacht welk bit je erin hangt. De oorzaak is in zo’n geval duidelijk de ruiter. Een paard dat slecht de rug gebruikt zal in de aanleuning niet gemakkelijk zijn en ook een passend bit zal dat niet kunnen veranderen. Maar kan een slecht passend bit ook de aanleiding zijn voor problemen in het lichaamsgebruik van het paard?

verzet

Consequentie slecht passend bit
Het antwoord hierop is JA! Een slecht passend bit geeft spanning op het kaakgewricht. Hoe meer spanning op dit kaakgewricht staat, des te meer de beweging van de hals beperkt wordt. Wil je weten hoe dit werkt, bijt dan eens zo hard als je kunt op een pen totdat je spanning voelt op je kaken. Draai nu je hoofd met de pen en spanning in de kaken zo ver mogelijk naar links tot je echt niet verder kan. Kun je echt niet verder? Haal dan de pen uit je mond en, kijk, ineens heb je nog wel mogelijkheid om verder opzij danwel achterom te kijken. Bij een paard werkt dit precies zo.

Opmerkingen zoals ‘buig je paard eens verder door’ gaat in zo’n geval niet op. Spanning in de kaken geeft spanning in de hals, spanning in de hals geeft spanning in de rug en spanning in de rug geeft een niet dragend achterbeen. Kortom, alles wat we niet willen kan ook ontstaan door een slecht passend bit.

Bitloos?
Helaas komt het voor dat er voor sommige paarden vrijwel geen goed passende bitten verkrijgbaar zijn door de anatomie van de mond. Van nature wordt een paard bitloos geboren en je begrijpt dat de ruimte voor een bit beperkt is. Sommige paarden hebben zelfs zo weinig ruimte in de mond dat geen enkel bit goed past en dat bitloos rijden een betere optie is.

Voor een groot gedeelte komt dit door hoe we de paarden fokken. Als je kijkt naar de chique hoofden en de kleine mondjes die onze paarden tegenwoordig hebben, dan wordt de ruimte voor een bit steeds kleiner. Als je je dan ook nog bedenkt dat de tong van het paard eigenlijk net zo groot is als dat deze vroeger was, dan kun je je wel voorstellen dat de ruimte voor een bit steeds meer beperkt wordt.

Waar moet je op letten bij een bit?
Wanneer past een bit dan niet en waar moet je rekening mee houden bij het passen van een bit?

Helaas is hier geen eenvoudig antwoord op te geven. Om er achter te komen of je bit past, zijn er verschillende factoren waar je naar moet kijken, zoals de anatomie van de mond, de inwerking van de ruiter, de plaats van het bit, de bouw van het paard, het gebit én de persoonlijke voorkeur van het paard. Deze combinatie van factoren maakt het soms erg lastig om tot het juiste bit te komen en in de praktijk kom ik dan ook regelmatig bitten tegen die niet goed passen. Veelgemaakte fouten die ik tegenkom zijn onder ander de volgende:

1. Bit tegen het gehemelte
Sommige paarden hebben een laag gehemelte, waardoor de kans bestaat dat het bit daar tegenaan komt. Als je de mond van je paard aan de zijkant opendoet kun je eigenlijk al meteen zien of je paard een laag gehemelte heeft. Het gehemelte is het zacht aanvoelende geribbelde weefsel dat vastzit aan de bovenkaak.

Bij enkel gebroken watertrensen is de kans het grootste dat het bit tegen het gehemelte aankomt, door het zogeheten notenkrakereffect wat deze bitten kunnen geven. Rijd je graag met een enkel gebroken bit, dan kun je beter kiezen voor een bustrens. Heb je geen voorkeur? Dan is een dubbelgebroken trens bij een laag gehemelte aan te raden.

2. Tussenstuk breder dan tong of lagen
Waar je bij een dubbelgebroken trens wel weer op moet letten, is dat het tussenstuk niet net zo breed of breder mag zijn dan de tong of de lagen van je paard, want dan drukken de scharnierpunten precies op de rand van de tong en de lagen. Het tussenstuk hoort mooi midden op de tong te liggen.

3. Bit te laag of te hoog
Het aantal rimpels aan de zijkant van de mond is niet altijd de juiste lijdraad bij het goed hangen van een bit. De mondspleet is bij elk paard verschillend en zo ook de plaats waar de kiezen beginnen. Wat experimenteren met de hoogte van een bit kan geen kwaad. Klappert je paard erg met het bit, hang het dan eens een gaatje hoger. Bij stang en trens, neem de teugels aan en kijk aan de zijkant van de mond of de bitten niet op elkaar terecht komen. Zorg ervoor dat er ruimte is tussen de stang en de trens. Hoeveel precies, daar is helaas geen vaste stelregel voor, ook dat is per paard verschillend, maar in ieder geval zo veel dat de bitten voor elkaar blijven liggen.

stang

4. Stang en trens tegen elkaar aan
Zoals gezegd, moet er ruimte tussen de stand en de trens zitten. Als je kijkt in de monden van heel veel paarden die op stang en trens lopen, zie je behalve te hoge en verkeerde tongbogen vooral ook bitten die te dicht op elkaar zitten. Deze bitten komen dan bovenop elkaar terecht als de teugels worden aangenomen waardoor het paard door gebrek aan ruimte in de hoogte zijn mond open wil doen. Een aansnoerneusriem is niet de oplossing. Eens kritisch naar de bitten kijken is een beter idee.

5. Bit tegen wolfstandjes en kiezen
En dan hebben we natuurlijk ook nog het gebit. Een goed uitgebalanceerd gebit is een voorwaarde bij het gebruik van een bit. Let er wel op dat het bit niet tegen een blinde wolfstand aantikt.

Wat ook goed om te weten is hoeveel slijmvlies je paard heeft. Het slijmvlies bevindt zich aan de binnenkant van lippen/wangen van het paard zoals ook wij mensen zacht weefsel hebben aan de binnenkant van onze mond. Als je paard een grote hoeveelheid slijmvlies heeft, wordt dit door het bit meegenomen naar achteren voor de eerste kiezen. Zijn die eerste kiezen enorm groot, dan wordt dit slijmvlies eigenlijk tussen het bit en een muur van kies vastgedrukt. Een goede tandarts zal hier wat ruimte maken door de eerste kies wat af te ronden.

Hoe kun je alles weten?
Hoe kun je nu dit allemaal weten als je in de ruitersportzaak op zoek gaat naar een bit? Een paard heeft uiteindelijk ook nog een persoonlijke voorkeur tussen de bitten die zouden moeten passen. Het ene bit sluit de tong meer op, wat een paard prettig kan vinden, terwijl een ander paard een wat beweeglijker bit prettiger vindt. Een bit kunnen uitproberen is zodoende wel zo fijn. En mooi is als je meerdere bitten achter elkaar kunt uitproberen zodat je verschil kunt voelen in de reactie van je paard, per bit.

Zorg er in elk geval voor dat je met behulp van bijvoorbeeld je paardentandarts of dierenarts inzicht krijgt in de mond van je paard en alle aspecten die daar bij horen. Verdiep je in de anatomie en de verschillende soorten bitten die er zijn. En bedenk ook goed dat als je een aanleuningsprobleem hebt, of het probleem wel écht het bit is of dat het door jouw inwerking komt of dat er ergens anders problemen in het lichaam van het paard zijn.

Ondertussen heb ik mooie voorbeelden gezien waar spanning vanuit de mond door een niet passend bit, spanning in het gehele lichaam gaf. Deze verdween als sneeuw voor de zon bij het juist aanmeten van een bit.

Dus JA het bit KAN het verschil maken, in positieve zin, maar helaas ook in negatieve zin.

Heb jij ervaring met slecht passende bitten?

11 antwoorden
  1. Lobke
    Lobke zegt:

    Wat kun je het beste gebruiken bij een jonge pony die als je begint erg sterk is bijna niet stuurbaar of terug te nemen
    En na 20 minuten wel de spanning eraf gaat

    Beantwoorden
    • Natascha van Eijk
      Natascha van Eijk zegt:

      Dat is altijd lastig te zeggen gezien je eerst een beeld moet hebben, waarom de pony sterk is en niet te sturen. Komt dit uit het lichaam? Is het de ruiter? Is het zadel of hoofdstel wel goed?
      En uiteraard wordt gekeken of het huidige bit 1 vd oorzaken is. Is het de pasvorm, is het de mond?
      Zo een advies geven kan dus eigenlijk nooit, dus kan je geen antwoord geven behalve dan het advies goed de mond te controleren op schade van het bit.

      Beantwoorden
  2. Marita Boer
    Marita Boer zegt:

    Nadeel van de mensen die bittenpassessies geven is dat ze zelf ook bitten verkopen van maar een paar merken. Eigenlijk moet er een echt onafhankelijk iemand naar kijken. Er is ook maar heel weinig te vinden hier over. Sta open voor suggesties …..

    Beantwoorden
    • Natascha van Eijk
      Natascha van Eijk zegt:

      Het bitten verkopen is bij mij en ik denk de meeste bitfitters ontstaan uit de behoefte van vele klanten die een fijn bit meteen wilden aanschaffen. Als het goed is kijkt je bitfitter ook zeker naar je eigen bitten of bitten die je van een ruitersport zaak hebt meegenomen. Het assortiment bitten waar ik zelf mee werk zijn mijn eigen bewuste keuze, gebaseerd op ervaringen. Soms verdwijnen wat modellen en ook komen er elke keer nieuwe bij. Aan de mond van een paard kun je vooral zien wat niet past en wat zou kunnen passen, maar dan is testen noodzakelijk om de voorkeur te bepalen. Elke vorm bit en elk merk heeft zijn voordelen en nadelen. Die probeer ik zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Maar kritisch blijven naar je bitfitter is zeker niet slecht. Zoek iemand waar je je prettig bij voelt.

      Beantwoorden
  3. rod
    rod zegt:

    Een goed passend bit is zeker belangrijk , persoonlijk vind ik dat er hier nog te weinig informatie over bestaat. Zeker moet een bit passend zijn , maar wanneer is het passend en wanneer niet , ook het artikel is hieromtrent niet duidelijk . Ik heb dan ook heel sterk de indruk dat de ruiterhand eerder aan de basis ligt van heel veel onheil . Het is voor mij eerder zinloos te gaan zoeken naar een passend bit wanneer je onvoldoende kan omgaan met de begrippen van verbinding , hand aanvaarding en aanleuning. Ruiter zoeken te snel relaas in het bit om het paard gehoorzaam te maken aan de ruiterhand . De gehele problematiek van verbinding en aanleuning ligt in de opleiding van het jonge paard en zeker in de begin periode , waarbij te veel onkunde en ongeduld aan de basis liggen van de latere problematiek .

    Beantwoorden
    • Natascha van Eijk
      Natascha van Eijk zegt:

      Eens dat de ruiterhand van zeer grote invloed is. Een ruiterhand kan voor een
      ogenschijnlijk bitprobleem zorgen maar is in werkelijkheid slechts een uiting van verkeerd lichaamsgebruik van het paard door verkeerd rijden. Maar des te interessanter is mijn werk door ook daar mensen bewuster in te maken.

      Beantwoorden
  4. Laura
    Laura zegt:

    Dankzij een bittenpassessie van Natascha vorig jaar een fijn Neue Schule bit voor mijn jonge paard gevonden,.nooit meer wat anders erin gehangen en hij wordt steeds mooier in aanleuning! Een aanrader zo’n sessie waarbij de monden van de pasrden worden bekeken en je kumt proefrijden met verschillende bitten!

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *